Vertwijfeld staart ze naar het rozerode lepeltje. Twee grote ogen kijken mij aan, om weer terug te keren naar het lepeltje.
Het lepeltje nadert en het mondje gaat open. En dicht. Even weet ze niet wat ze moet denken. Maar daar is het tweede lepeltje al. Hap.
Ze knippert met haar ogen en krult haar kleine mondhoekjes omlaag. Het begin van een fikse huilbui.
En dan zouden worteltjes de gemakkelijkste groente zijn. Zucht.
(Binnen een paar dagen eens proberen met appel erbij. Wie weet
)