Ik geef het toe. Ik ben een bangerik, een angsthaas, een doetje. Maar dan alleen ’s nachts. Zolang het licht is, is er geen vuiltje aan de lucht. Maar zo gauw het begint te schemeren, word ik bang. Ik heb een hekel aan ’s nachts alleen thuis zijn (in een bos wonen, helpt daar niet aan) en mijd dondere steegjes. Als ik ’s avonds in m’n eentje rondjes draai op de Finse piste, loop ik opvallend sneller -de gsm in de hand geklemd- wanneer ik het struikgewas passeer. Behoorlijk idioot allemaal, ik weet het. Maar toch.
Verlaten parkeergarages zijn ook niet m’n favoriete plek. Zelfs de speciale vrouwenparkeerplaatsen, kort bij de uitgang, stellen me niet gerust. Die bevestigen net mijn vermoeden dat het er niet pluis is.
Tijdens die bange momenten zou ik het liefst van al onzichtbaar zijn. En blijkbaar ben ik niet alleen. In Japan – waar anders?- bedachten ze zelfs een aantal praktische oplossingen. Lees: vermommingen waarmee je letterlijk opgaat in het decor. Wat dacht je van de rok die jou in een mun van tijd omtovert tot drankautomaat?
Rok uitklappen…
optrekken…
Weg ben je!
Handig. Maar net iets minder geschikt voor de Finse piste.
Via Hemmy.net


